Meer dan 10.000 producten uit voorraadMorgen op de bouwMa-vr vanaf 07:00
MW Leidingsystemen MW Leidingsystemen MW Leidingsystemen

SN4 of SN8: welke PVC-rioolbuis kies je voor buiten?

Wat betekenen SN4 en SN8 bij een PVC-rioolbuis voor buiten? Uitleg over ringstijfheid in kN/m², wanddikte, KOMO, kleur en wanneer je voor SN8 kiest.

· 7 minuten lezen

SN4 of SN8: welke PVC-rioolbuis kies je voor buiten?

SN staat voor de ringstijfheid van een rioolbuis: hoeveel kracht nodig is om de buis een klein stukje in te drukken. Een SN8-buis heeft een ringstijfheid van minstens 8 kN/m², een SN4-buis van minstens 4 kN/m². Uit metingen die Wavin beschrijft aan buizen in zand, kleiig zand en gemengde grond blijkt dat aanvullen en verdichten meer uitmaakt dan de buisklasse. Bij de gangbare manier van aanvullen is SN4 volgens Wavin genoeg. Wordt de grond naast de buis niet goed verdicht, dan raadt Wavin bij 0,6 tot 1 meter en bij meer dan 4 meter dekking SN8 aan. Kijk altijd eerst of je gemeente een klasse voorschrijft.

Wat betekent SN bij een PVC-rioolbuis?

SN is de nominale stijfheidsklasse. Wavin legt uit hoe die wordt bepaald: je drukt de buis met een vaste snelheid in tot 3% van de binnendiameter en rekent de kracht die daarvoor nodig is om naar ringstijfheid. Het getal achter SN is de ringstijfheid in kN/m²: een SN8-buis haalt minstens 8 kN/m², een SN4-buis volgens het productblad van Wavin voor KG SN 4 minstens 4 kN/m².

Naast SN zie je vaak SDR staan. Volgens Dyka is SDR de verhouding tussen buitendiameter en wanddikte. Bij PVC-buitenriolering hoort SN4 bij SDR 41 en SN8 bij SDR 34. De buitendiameter is gelijk, het verschil zit in de wand. Hieronder de wanddiktes uit de technische fiches van Wavin:

BuitendiameterWanddikte SN4Wanddikte SN8
110 mm3,2 mm3,2 mm
125 mm3,2 mm3,7 mm
160 mm4,0 mm4,7 mm
200 mm4,9 mm5,9 mm
250 mm6,2 mm7,3 mm
315 mm7,7 mm9,2 mm

Reken zo: SDR is buitendiameter gedeeld door wanddikte. 160 / 4,7 = 34,0, dat is SN8. 110 / 3,2 = 34,4, afgerond SDR 34. Daarom geldt een 110 mm buis met 3,2 mm wand volgens Wavin en Dyka als SN4 en SN8.

Wat bepaalt hoeveel een rioolbuis vervormt?

Een PVC-buis is flexibel. Ligt hij in de grond, dan geeft hij een beetje mee als de grond ernaast inklinkt. Wavin beschrijft in zijn technische catalogus metingen aan kilometers bestaand PVC-riool, waarvan 10.000 meter onder toezicht van KOMO. Van die metingen bespreekt Wavin alleen buizen in zand, kleiig zand en gemengde grond; voor klei en veen verwijst Wavin naar andere uitgaven. De belangrijkste uitkomsten:

  • De manier van aanvullen (de aanvulgroep) heeft meer invloed op de vervorming dan alle andere factoren.
  • De buisklasse maakt vooral verschil tijdens het aanvullen van de sleuf. Wat er na de aanleg nog aan vervorming bij komt, hangt nauwelijks van de klasse af en sterk van de aanvulgroep.
  • Verkeer is merkbaar tot ongeveer 1 meter gronddekking. Bij 1 tot 1,5 meter dekking is de invloed nagenoeg te verwaarlozen, boven 1,5 meter niet aan te tonen.
  • De gemiddelde vervorming van SN4- en SN8-buizen bleef onder 8%, de grootste onder 12%. Functieverlies kan pas ontstaan bij 30 tot 35%. Internationaal geldt 10 tot 15% vervorming op lange termijn als toelaatbaar (CEN/TS 15223).

Voor zand en kleiig zand onderscheidt Wavin drie aanvulgroepen:

AanvulgroepHoe de buis is gelegd en aangevuld
AVlakke, losgemaakte sleufbodem, buis goed ondersteund, grond naast en tot 30 cm boven de buis in lagen verdicht
BRedelijk vlakke bodem, ondersteuning onregelmatig, grond naast de buis niet gericht verdicht
CBodem niet vlak, buis plaatselijk vastgelegd, aanvulling ruw en niet of nauwelijks verdicht

Wanneer kies je SN4 en wanneer SN8?

Wavin geeft voor zand, kleiig zand en licht gemengde grond deze aanbeveling voor de minimale buisklasse:

Dekking boven de buisAanvulgroep AAanvulgroep BAanvulgroep C
0,6 tot 1 mSN2SN4SN8
1 tot 4 mSN2SN2SN4
meer dan 4 mSN4SN4SN8

Op het werk komt volgens Wavin aanvulgroep B vaker voor dan A. Onder KOMO is SN4 de lichtste klasse; SN2 wordt niet gecertificeerd. Verder telt mee:

  • SN8 geeft extra zekerheid als je rekening houdt met aanvulgroep C, met een ondergrond die anders reageert dan verwacht, of met onnauwkeurigheden bij de aanleg. Volgens Wavin wordt daarom vaak voor SN8 gekozen.
  • Straatriolering: hiervoor noemt Dyka in zijn Belgische catalogus, volgens het BENOR-toepassingsreglement, SN8 (SDR 34).
  • Kosten: Wavin wijst erop dat de keuze ook economisch is: de prijs van de buis tegenover de kosten van zorgvuldig leggen.

Daarnaast kan de gemeente een klasse voorschrijven voor de aansluiting op het openbare riool. Hollands Kroon vroeg in 2016 bijvoorbeeld SN8 voor de vuilwater- en de hemelwaterleiding. Sinds de Omgevingswet (1 januari 2024) staan de regels voor aansluiten op de riolering in het omgevingsplan; vraag je gemeente wat voor jouw werk geldt.

Je vindt beide klassen bij MW: PVC-buizen SN4 en PVC-buizen SN8, met de bijbehorende PVC-hulpstukken.

KOMO-keur voor PVC-buitenriolering

Voor PVC-buizen en hulpstukken voor buitenriolering onder vrij verval bestaat in Nederland een KOMO-productcertificaat op basis van beoordelingsrichtlijn BRL 52200 (versie 2023). De producteisen komen uit de Europese norm NEN-EN 1401-1. Een fabrikant krijgt het certificaat pas na een toelatingsonderzoek met een bedrijfsaudit en laboratoriumtesten. Daarna controleert de certificatie-instelling regelmatig het kwaliteitssysteem.

Een paar punten uit BRL 52200:

  • Alleen SN4, SN8 en SN16. Vanwege de Nederlandse bodem en manier van aanleggen worden onder KOMO alleen SN4 (SDR 41), SN8 (SDR 34) en SN16 (SDR 27,6) gecertificeerd. In de Belgische catalogus van Dyka staan onder dezelfde Europese norm ook lichtere SN2-buizen.
  • UD voor 110 tot 200 mm. Buizen en hulpstukken van 110 tot en met 200 mm moeten voldoen aan de eisen voor toepassingscode UD. Volgens Dyka betekent UD: ondergronds, zowel binnen als buiten het gebouw. Code U is ondergronds vanaf 1 meter buiten het gebouw.
  • Kleur. Sinds de versie van 2023 eist BRL 52200 dat KOMO-buizen en hulpstukken ongeveer stofgrijs (RAL 7037) of oranjebruin (RAL 8023) zijn.

Welke kleur rioolbuis gebruik je?

Een landelijke kleurregel per soort water vonden we voor Nederland niet. Wel hebben sommige gemeenten eigen afspraken, en België heeft een vaste regel:

  • Hollands Kroon (2016): vuilwater (DWA) roodbruin RAL 8023, hemelwater (HWA) grijs RAL 7037.
  • In België geldt volgens Dyka het BENOR-toepassingsreglement: grijs voor regenwater en gemengde leidingen, roodbruin voor vuilwater. Wavin noemt in zijn Belgische fiches dezelfde kleuren.

Vraag dus bij de gemeente na welke kleur zij voor het perceel en de aansluiting willen. Leg je ook putten aan, kijk dan bij inspectieputten of het hele aanbod buitenriolering.

Veelgestelde vragen

Wat betekent SN8 bij een rioolbuis? SN8 betekent een ringstijfheid van minstens 8 kN/m². Bij PVC-buitenriolering hoort SN8 bij SDR 34: de buitendiameter is 34 keer de wanddikte.

Is een SN4-buis sterk genoeg onder een oprit of weg? Dat hangt af van de dekking en het aanvullen. Verkeer merk je volgens Wavin vooral bij minder dan 1 meter dekking. Bij 0,6 tot 1 meter in zand, kleiig zand of licht gemengde grond raadt Wavin minimaal SN4 aan bij de gangbare manier van aanvullen, en SN8 als de grond naast de buis niet goed verdicht wordt. Dyka noemt in zijn Belgische catalogus SN8 voor straatriolering. Schrijft je gemeente een klasse voor, kies die.

Is een 110 mm SN4-buis anders dan een SN8-buis? Bij Wavin en Dyka niet: beide hebben bij 110 mm een wand van 3,2 mm en de buis geldt als SN4 en SN8.

Heeft een KOMO-rioolbuis een vaste kleur? Sinds de versie van 2023 eist BRL 52200 dat KOMO-buizen ongeveer stofgrijs (RAL 7037) of oranjebruin (RAL 8023) zijn. Sommige gemeenten schrijven voor welke kleur waarvoor is; vraag het na.

Bronnen

Deel dit artikel WhatsApp LinkedIn E-mail

Lees ook

Reacties

Nog geen reacties. Zeg gerust iets.